Priscila Fernandes, Image taken during video production at Rijksakademie

Mijn Prix Column #9

Spelen met beelden van de werkelijkheid
Door: Sophia Zürcher

In 2011 organiseerde Prix de Rome in samenwerking met Domein voor Kunstkritiek, een workshop kunstkritiek voor jonge schrijvers die affiniteit hebben met beeldende kunst. Leidende vraag was: Wie vind jij dat er moet winnen? Waarom juist die kunstenaar? Welke criteria gebruik jij? Alle zestien deelnemers schreven een column naar aanleiding van de workshop.

De tentoonstelling rondom de Prix de Rome 2011 maakt het de bezoeker niet gemakkelijk. In het Amsterdamse SMART Project Space zijn de werken te zien van de tien kunstenaars die zijn genomineerd voor deze staatsprijs. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal erg conceptueel, maar wat inspanning beloont je met een mooie tentoonstelling waarin een videokunstwerk de grote kanshebber is voor de prijs.

Het vertalen van de blik
De Prix de Rome heeft als missie het signaleren van trends in de hedendaagse kunst. De eerste installatie verraadt direct welk thema dit jaar dominant is. Gwenneth Boelens bouwde een soort donkere kamer, met een gigantisch glasnegatief en de sporen van het maakproces. Nog nooit zag ik de fase tussen werkelijkheid en fotografische afdruk zo groot verbeeld. Alle kunstenaars blijken zich bezig te houden met de discrepantie tussen de werkelijkheid en de weergave van die werkelijkheid. Sommige werken hebben wel wat uitleg nodig. Zo blijkt dat Petra Stavasts foto’s een onderzoek zijn hoe ze met de camera op haar telefoon de werkelijkheid kan verstillen. Vincent Vulsma’s werk lijkt op het eerste gezicht helemaal ondoorgrondelijk. Hij exposeerde enkele opgevouwen en opgehangen doeken, die doen denken aan Afrikaans textiel. In feite zijn het echter reproducties van foto’s die Walker Evans maakte van Afrikaanse doeken, die vervolgens pixel voor pixel door een hedendaagse weefmachine zijn gereproduceerd. Ook Edward Clydesdale Thomson maakte een interpretatie van een interpretatie. In zijn installatie kun je luisteren naar een beschrijving van een foto van een landschap.

De regels van video
Katarina Zdjelars video, die op het eerste gezicht een documentaire lijkt, speelt net als het werk van Clydesdale Thomson met taal en vertaling. Zij tart daarmee de regels van de documentaire die toch eenduidig en objectief heet te zijn. Haar video is een van de vele video’s in de tentoonstelling. Het medium is duidelijk favoriet dit jaar: zes van de tien kunstwerken zijn videokunstwerken. Video kan heel goed het thema representatie weergeven, door te spelen met de grenzen tussen enerzijds kunst en anderzijds documentaire, verborgen camera-programma, speelfilm en klinische registratie.

De film van Mark Boulos lijkt op een documentaire over de New People’s Army op de Filipijnen, ware het niet dat hij steeds letterlijk wisselt van perspectief, waardoor de interpretatie mee verandert. Zijn deze mensen terroristen of vrijheidsstrijders? Elke keer als je een mening dreigt te krijgen, wordt deze door de volgende scène genuanceerd. Veel grappiger, maar tegelijkertijd eigenlijk ook net zo serieus is de film van Pilvi Takala. Zij onderzocht met een verborgen camera de regelgeving van onder meer de kledingcodes in het Europees parlement. Het is jammer dat het idee spannender klinkt dan de uitvoering uiteindelijk is.

Ben Pointekers video’s lijken eerder op film stills, waarin slechts een klein element beweegt. Een vrouw staat bij een autoweg op een berg. Alleen haar haar en de wolken bewegen. Het lijkt alsof er iets gaat gebeuren, maar wat? Het beeld is losgeweekt van het verhaal. Ook Guido van der Werve’s video draait minder om het verhaal en meer om de ervaring. Helaas kan de video met een speeltijd van ruim veertig minuten niet altijd mijn aandacht vasthouden.

De winnaar?
Ik vind de video Product of Play van Priscila Fernandes het meest intrigerend, juist omdat inhoud en vorm zo goed in balans zijn. De verleidelijke kleuren en de zinnenprikkelende close-ups maken de video een plezier voor het oog. Tegelijkertijd is de cameravoering heel klinisch: als met een bewakingscamera wordt geregistreerd wat twee kinderen doen. Fernandes filmde een vijfjarig rossig jongetje dat met blokken speelt. Hij ordent een grote hoeveelheid blokjes op kleur en stapelt ze op elkaar. Zijn bezigheden worden afgewisseld met beelden van een elfjarig rossig meisje dat zich voorbereidt op iets. Op wat? Ze vlecht haar haar, ze balt haar vuisten en dan…

Je voelt je door de cameravoering vanzelf een observator die een psychologische test beoordeelt. Je kijkt toch even of het jongetje het wel goed doet. De close-ups helpen je beoordelen of de blokken wel netjes geordend zijn. Tot je bedenkt: waarom moeten de blokjes netjes in een rij? Waarom is dat ‘normaal’? Blijkbaar projecteer je je eigen ideeën op wat je ziet. En daar is het Fernandes nou net om te doen. In haar hele oeuvre onderzoekt ze hoe elke representatie het gevolg is van een soort wensdenken.

De videokunst van Fernandes, waarin dit interessante thema zo aantrekkelijk wordt uitgevoerd, verdient de Prix de Rome 2011.

column 9_Sophia

Ik bezoek graag tentoonstellingen in binnen- en buitenland en dan zie ik het liefst hedendaagse kunst of fotografie. Ik vind het leuk om over kunst te schrijven voor het webmagazine CultuurBewust. Momenteel ben ik bezig met mijn scriptie voor de master Kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Website: www.cultuurbewust.nl