Gwenneth Boelens

Mijn Prix Column #11

Kunst prikkelt soms pas achteraf
Door: Monique van de Wijdeven

In 2011 organiseerde Prix de Rome in samenwerking met Domein voor Kunstkritiek, een workshop kunstkritiek voor jonge schrijvers die affiniteit hebben met beeldende kunst. Leidende vraag was: Wie vind jij dat er moet winnen? Waarom juist die kunstenaar? Welke criteria gebruik jij? Alle zestien deelnemers schreven een column naar aanleiding van de workshop.

Bij het kijken naar kunst wil de blik geprikkeld worden. Begeleidende teksten zijn soms indirect, moeten drie keer herlezen worden om ze te kunnen plaatsen. Niet altijd enthousiasmeert een kunstwerk ter plekke, zoals een knap schilderij dat eeuwen geleden algauw deed. Bij de Prix de Rome tentoonstelling in Smart Project Space [Amsterdam] verbaasde ik me des te meer: prestigieuze nominaties voor de beste kunstenaars van Nederland, maar geen enkel werk liet ter plekke stampvoetend een afdruk op mij achter. Ik zocht naar iets wat me toen en daar zou verrassen. Echter, ik werd uitgedaagd om zelf te interpreteren en verder te kijken dan die eerste indruk. En toen zag ik meer.

Vanwege mijn achtergrond in de fotografie voelde ik me automatisch aangetrokken tot de foto’s van Petra Stavast. Haar keuze om die te maken met een telefooncamera is grensverkennend en een kenmerk van de huidige tijd. Wat me ook interesseerde was de trage maar mooie video van Ben Pointeker. Hij isoleert een beeld uit de omgeving (en maakt het er los van), waardoor het beeld de acteur wordt van de scène. Dit is een interessant uitgangspunt en opent deuren voor meer beeldende onderzoeken. Kunst dient de werkelijkheid vooral niet weer te geven zoals hij is. De werken van Stavast en Pointeker vind ik visueel en conceptueel sterk. Ze raakten mijn gevoelige fotografische snaar. Toch werkte het inhoudelijke van deze werken niet diep genoeg op mij in. Wat zit er nu allemaal achter? De begeleidende teksten maakten het niet duidelijk.

Veel expositiebezoekers hebben informatie over de context van een kunstwerk nodig. Niet teveel, maar genoeg om het werk te kunnen waarderen. De geweven doeken van Vincent Vulsma zijn hier een voorbeeld van: op het eerste oog vrij ontoegankelijk, op het tweede oog ook. Ik begreep ze niet en ook na het lezen van pretentieuze tekst en uitleg, begreep ik ze niet. Op een zeker niveau is het enorm interessant als iets niet direct te bevatten is. Maar hier bleef ik doeken met een patroon zien. En ik liep verder.

Het werk van de Amsterdamse Gwenneth Boelens zou de zoveelste interessant ogende, mysterieuze installatie kunnen zijn. Twee platen met vlekken, vuil op de grond, doorgesneden buizen die de plek afbakenen. Het stukje tekst over Boelens’ werk was, net als bij de meeste genomineerden, niet meteen te begrijpen. Maar het beeld dat ik erbij kreeg, sprak me dit keer aan. Net als bij Stavast en Pointeker was er iets dat me persoonlijk raakte, nieuwsgierig maakte. Maar Boelens prikkelt net iets meer. Haar fascinatie is de blik: het verbeelden van waarnemen en herinneren in ruimtelijke, fotografische en filmische installaties. Wat me charmeert is dat ze in dit werk speelt met lichtgevoelig materiaal. Door het bloot te stellen aan een lichtstraal, ontstaat er een beeld: de vlek. Het vuil op de grond is een spoor van het ontwikkelproces. De afgebakende ruimte bootst de donkere kamer na. Een klein beetje context was genoeg om me te laten vallen voor haar werk. Niet alleen die uitleg maar ook ander werk dat op haar website te zien is, wekt interesse. Ze geeft blijk van een noodzaak tot onderzoek en is experimenteel bezig. Dat maakt het veelbelovend.

Niet dat ik niet opensta voor kunst die je op het derde, vierde, vijfde gezicht pas begrijpt (of helemaal nooit). Maar een beetje herkenning moet een kunstwerk toch wel hebben om het naar een niveau te tillen waarin niet alleen kunstkennend publiek het waardeert. Anders gaat kunst zijn doel om de ander iets te laten zien of ervaren, voorbij. Deze tentoonstelling laat veel conceptueel werk zien waarin de grenzen van kunst en het begrijpen ervan worden opgezocht, bewust of onbewust. Dat is op zich interessant, maar de Prix mag niet te ontoegankelijk worden en de vooroordelen ‘zweverig’, ‘elitair’ en ‘vaag’ afroepen op kunst. Maar, beste bezoeker: kijkt u ook verder dan de eerste indruk. Misschien zult u verrast worden.

Hoe meer ik Boelens’ teksten lees en beelden zie, hoe meer ze mij meetrekt. Haar werk is speels en divers, ze gebruikt verschillende media. Een multidisciplinaire vertaling maakt dat het onderwerp eerlijk behandeld wordt en het medium krijgt waar het om vraagt. Ze denkt zorgvuldig na over details maar laat ook het toeval toe. Ze maakt me bij een beeldend onderzoek betrokken. Dat betekent niet dat alles even duidelijk wordt uitgelegd, maar in dit geval is dat niet erg. Ik heb iets spannends ontdekt en wil méér zien. Gwenneth Boelens vangt, in haar werk en achteraf ook bij mij, de blik.

column 11_Monique

Monique studeerde documentaire fotografie aan de kunstacademie te Utrecht. Momenteel is ze betrokken bij diverse culturele projecten op het gebied van theater, film en beeldende kunst. Ze organiseert onder meer het culturele programma van een festival, schrijft teksten en maakt beeldverslagen. Ook is ze redacteur en expo-coördinator bij jongerenpersbureau Deadline.nl.