Mark Boulos

Mijn Prix Column #13

Winnaar in brede zin
Door: Urok Shirhan

In 2011 organiseerde Prix de Rome in samenwerking met Domein voor Kunstkritiek, een workshop kunstkritiek voor jonge schrijvers die affiniteit hebben met beeldende kunst. Leidende vraag was: Wie vind jij dat er moet winnen? Waarom juist die kunstenaar? Welke criteria gebruik jij? Alle zestien deelnemers schreven een column naar aanleiding van de workshop.

Stiekem dacht ik voorafgaand aan mijn bezoek al te weten wie de uiteindelijke winnaar van de Prix de Rome zou worden. De oudste staatsprijs voor jonge kunstenaars in Nederland wordt op 9 juni uitgereikt in de Smart Project Space aan één van de vier geselecteerde kunstenaars uit een totaal van tien genomineerden.

Mijn vroegtijdige voorspelling was gebaseerd op werken die ik eerder had gezien van Pilvi Takala. Met name was ik gecharmeerd van ‘Real Snow White’ uit 2009, een geestige video waarin de kunstenares Disneyland probeert binnen te komen gekleed als Sneeuwwitje. Wat volgt is een discussie met de beveiliging die uitlegt dat dit absoluut niet mag, omdat ‘de echte Sneeuwwitje’ zich in het pretpark bevindt. Takala doet zich naïef voor en begrijpt het allemaal niet, want de echte Sneeuwwitje was toch een tekening?

‘Real Snow White’ kan gezien worden als de voorloper van ‘Broad Sense’, de installatie die zij dit jaar voor de Prix de Rome maakte. In de video is te zien hoe Takala geconfronteerd wordt met de achterdochtige beveiligingsmannen van het Europese Parlement, wanneer ze naast het bijwonen van openbare hoorzittingen zo lang mogelijk in het gebouw probeert rond te dwalen. Rondom de videoprojectie zijn negentien witte T-shirts te zien, elk bedrukt met een email-antwoord van de diverse EU-lidstaten op de vraag naar de kledingvoorschriften in het gebouw. In zowel Disneyland als het Parlement gaat de kunstenares op zoek naar het ‘grijze grensgebied’ van regelgeving. Als Sneeuwwitje lukt het haar om dat op een simpele en ongedwongen manier te doen, waardoor de complexiteit van de situatie onderstreept wordt. Maar als verdwaalde bezoeker in het Parlementsgebouw is de ‘interventie’ met alle gevolgen van dien nogal voorspelbaar en braaf. Het komt bij mij over als een te vluchtig gemaakt, concept-gedreven werk, dat in de praktijk niet zo interessant en provocerend blijkt te zijn als op papier.

Daartegenover lijken andere werken in de expositie een grijs gebied eerder te belichamen dan simpelweg te observeren of te beschrijven. Dit zorgt voor een gelaagdheid die wellicht niet gemakkelijk te doorgronden is, maar die naar mijn mening enorm prikkelend kan werken. Een voorbeeld hiervan is Vincent Vulsma’s ‘Foreign Exchange’, een installatie van textielweefsels die aandoen als zwart-wit kopieën uit een etnografisch boek. De objecten zijn een vertaling van functionele (Afrikaanse) stoffen naar autonome foto’s die vervolgens weer zijn verwerkt tot tastbare stoffen. Daarmee bieden ze een curieuze en kritische kijk op de verschillende betekenissen en consequenties van representatie.

column 14

Vertaling speelt ook een belangrijke rol in de video-installatie van Katarina Zdjelar. Omdat ik dit werk al eerder heb mogen aanschouwen, weet ik dat de video’s ‘ACT I’ en ‘ACT II’ veel beter tot hun recht komen in twee verschillende ruimtes. Dit is helaas niet het geval in de Smart Project Space. Beide video’s zijn in dezelfde ruimte geïnstalleerd. Ze bieden zo zowel elkaar als de toeschouwer weinig adem- en reflectieruimte. Een ongelukkige ‘vertaling’ van de curator, waar de bezoeker hopelijk doorheen kan kijken.

Tenslotte is er één werk dat voor mij net boven de anderen uitsteekt. In ‘No Permanent Address’ van Mark Boulos worden leden van de Filippijnse ‘New People’s Army’ geportretteerd, een communistische guerrillabeweging die door de VS en de EU als terroristisch wordt gezien. Ik kan me haast niet voorstellen hoe zo’n zwaar politiek beladen situatie anders kan worden gepresenteerd dan zwaar, politiek, beladen en hoogstwaarschijnlijk bevooroordeeld. Maar Boulos kiest er echter voor om niet over politiek maar over liefde te praten.

De persoonlijke verhalen van de verschillende ‘kameraden’ werken enorm ontwapenend. Ze fungeren als alledaagse micro-voorbeelden van de communistische macro-ideologie. Persoonlijke politiek versus internationale politiek, burger versus revolutionair en het opofferen van het persoonlijke in dienst van het publieke. Ik merk dat ik de revolutionairen ontroerend maar ook nogal naïef vind in hun sterke overwegingen, wonend op hun ‘eiland’ zo ver verwijderd van de realiteit. Maar uiteindelijk betrap ik me op mijn arrogante gedachtegang: waarom denk ik in absolute termen als ‘de’ realiteit en denk ik dat de ‘mijne’ wezenlijker is dan die van hen?

‘No Permanent Address’ komt bijzonder intiem over, mede doordat het werk zo geïnstalleerd is dat de toeschouwer bijna met zijn neus op de videoschermen zit. Wat deze installatie ook anders maakt dan een ‘gewone’ documentaire of een gewoon journalistiek werk, is dat — alhoewel er beslist een utopische ondertoon te vinden is — Boulos uiteindelijk weigert om een mening of oordeel te geven.

Ik zal dat voor de duidelijkheid wel doen. Mark Boulos is voor mij de winnaar van de Prix de Rome 2011. De winnaar in de breedste zin van het woord.

column 13_Urok

Beeldende Kunst studente aan de Gerrit Rietveld Academie, stagiaire Research & Productie bij ‘Casco – Office for Art, Design and Theory’ in Utrecht.