Shortlist Prix de Rome 2013

Christian Friedrich (1977)
Falke Pisano (1978)
Remco Torenbosch (1982)
Ola Vasiljeva (1981)

De kunstenaars op de shortlist werden geselecteerd uit een longlist van 50 kunstenaars die door scouts waren voorgedragen. De vier kunstenaars werden vijf maanden in de gelegenheid gesteld om werk te maken op basis waarvan de jury een winnaar selecteerde.

Christian Friedrich

Christian Friedrich, A Translation of Unwritten Writings I, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Christian Friedrich (Duitsland, 1977)
Woont en werkt in Amsterdam
Voor de Prix de Rome 2013 maakte hij de geluidsinstallatie A Translation of Unwritten Writings I.

Christian Friedrich is een veelzijdig kunstenaar die niet wars is van metamorfoses. Binnen tien jaar veranderde Friedrichs werk van tekstueel naar sculpturaal en weer terug: van werk met woorden op papier naar beeldengroepen met afgietsels van gehavende lichamen, naar films waarin diezelfde lichamen figureren, om nu, in het kader van de Prix de Rome 2013, te resulteren in een vertelling — half proza, half poëzie — voorgedragen in een computergestuurde mise-en-scène. Veel van Friedrichs werk gaat over de grenzen die het lichaam ervaart. De grens van genot. De grens van intimiteit. Van pijn. Maar ook de grens van wat je geest behappen kan, en de fysieke grens die de
kijker bereikt bij het zien of ervaren van zijn werk.

Het geluidswerk wordt hier afgespeeld in een verduisterde ruimte die door maximaal zes mensen kan worden betreden op gezette tijdstippen. A Translation of Unwritten Writings I vormt de opmaat
tot een verhaal over een groep individuen die in een ondefinieerbare toekomst in steeds verschillende samenstellingen allerlei fantasieën uitleeft met het doel zich in verbinding te stellen met de leefwereld van voorbije mensengeslachten: “Negating the symptoms of our times, we relearnt a dead long-lost language to trace back one line of thought.”

Dat verhaal vormt een centraal thema in een nog niet voltooide experimentele roman die Friedrich ongeveer twee jaar geleden begon te schrijven en die ook in de toekomst de aanzet zal vormen tot een nieuwe serie kunstwerken.

Falke Pisano

Falke Pisano, Prison Work, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Falke Pisano (Amsterdam, 1978)
Woont en werkt in Berlijn
Voor de Prix de Rome 2013 maakte zij de installatie Prison Work.

Falke Pisano is een kunstenaar die jaren achtereen zorgvuldig kan werken aan het ontwikkelen van een idee. Zo onderzocht ze in het project Figures of Speech (2006 —2010) de communicatieve aspecten van kunstwerken, een onderzoek dat concreet vorm kreeg in teksten, video’s, diagrammen, abstracte sculpturen en lezingen.

Voor de Prix de Rome 2013 ontwikkelde Pisano een nieuw werk dat deel uitmaakt van de langlopende serie The Body in Crisis (2011—), waarin ze inzoomt op momenten in de geschiedenis waarop men anders over het menselijk lichaam is gaan denken. Ze stelt dat het lichaam op die keerpunten door politieke, sociale en economische veranderingen in een staat van crisis terecht is gekomen.

Pisano richt zich op zes concrete momenten (Pergamon 199; Amsterdam 1571; Parijs 1793; Mons 1915; Parijs 1974; Houston 1984), die moeten uitmonden in evenzoveel aparte werken waarin ze die historische kenteringen uitwerkt. Ze onderzoekt bovendien hoe de hedendaagse beschouwer die crisis kan ervaren bij het zien en ondergaan van haar kunstwerken. Ze stelt impliciet de vraag: wat gebeurt er als een kunstenaar op een marginaal verhaal stuit, dit relevant acht voor de hedendaagse kunst en het de kunstwereld b binnen brengt?

In het jaar 1571 (Amsterdam) plaatst Pisano bijvoorbeeld de crisis ‘Magic Body becoming Work-Machine’, de overgang van het feodalisme naar het kapitalisme. Voor de Prix de Rome 2013 richt ze zich, onder de titel ‘Body becoming Outsourced Body’ op een meer recente gebeurtenis uit 1984. In dat jaar opende De Corrections Corporation of America (een commercieel bedrijf dat strafconcepten verkoopt) de eerste geprivatiseerde gevangenis in Amerika (Houston, Texas). Het lichaam van de gevangene werd hier voortaan ingezet als een goedkope arbeidskracht en werd zo een economische factor van belang.

Remco Torenbosch, European Contextualising in Analytical Sociology and Ethnographical Representationon History and the Present, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Remco Torenbosch, European Contextualising in Analytical Sociology and Ethnographical Representationon History and the Present, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Remco Torenbosch (Assen, 1982)
Woont en werkt o.a. in Nederland
Voor de Prix de Rome 2013 realiseerde hij het project European Contextualising in Analytical Sociology and Ethnographical Representation on History and the Present.

In zijn werk onderzoekt Remco Torenbosch sociaal-economische veranderingen in de (recente) wereldgeschiedenis. Voor de Prix de Rome 2013 deed Torenbosch onderzoek naar de blauwe achtergrondkleur van de vlag van de Europese Unie en de oorspronkelijke productie en geschiedenis daarvan.

De presentatie toont een collectie stofstalen in de Europese blauwe kleur gemaakt door de verschillende nu nog bestaande weverijen binnen de Europese Unie. De EU heeft voor de vlag een vastgestelde kleurcode maar doordat ieder land en iedere weverij andere productieprocessen hanteert, kennen de vlaggen van 28 EU landen andere nuances. Als ze in één ruimte worden getoond, zien we een grote diversiteit aan blauwtinten. Deze verschillende interpretaties van dezelfde kleurcode zijn volgens Torenbosch een treffende metafoor voor de meer recentere Europese situatie:

“De Europese gedachte is geen collectieve gedachte en zeker niet vast te stellen. Ieder lidstaat heeft andere ideeën over de betekenis ervan. …De kleurverschillen weerspiegelen de diversiteit in verwachtingen en visies.” In fysieke zin werkt de Europese blauwe kleur als een monochroom schilderij binnen de modernistische traditie: een traditie gekenmerkt door zuiverheidswetten, een verlangen naar transcendentie en een optimistisch geloof in het utopische potentieel van kunst. Tegelijkertijd fungeert het blauw in psychologische zin als een blue-screen: een blauw projectiescherm waarop uitgebreide en kritische gedachten over Europa en de Europese Unie kunnen worden geprojecteerd.

Op een indirecte manier brengt Torenbosch de bijna verdwenen Europese textiel industrie – die goeddeels verplaatst is naar opkomende economieën als India en die over twintig jaar geheel verdwenen zal zijn – in kaart. De uitkomst van zijn onderzoek is niet alleen een verzameling van culturele objecten maar bovenal maakt de installatie ons bewust van het Europese experiment, een verbond dat in de naoorlogse gedachte is opgericht als unie voor vrede en meer economische stabiliteit. In de presentatie zijn naast de collectie stofstalen enkele originele schetsontwerpen van de EU vlag, en de correspondentie tussen de ontwerpers/ambtenaren Paul Lévy en Arsène Heitz uit de midden jaren vijftig, afkomstig uit de Raad van Europa archieven in Straatsburg, opgenomen. Bij dit onderzoek verschijnt tevens een uitgebreide publicatie uitgegeven door Black Dog Publishing London.

Ola Vasiljeva, The Limp of A Letter, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Ola Vasiljeva, The Limp of A Letter, de Appel arts centre, Amsterdam, 2013. fotograaf: Daniel Nicolas

Ola Vasiljeva (Letland, 1981)
Woont en werkt in Amsterdam
Voor de Prix de Rome 2013 maakte zij de installatie The Limp of A Letter.

De installaties van Ola Vasiljeva, die zijn opgebouwd uit video’s, sculpturen, textiel, keramiek, tekeningen en gevonden voorwerpen, vormen een multidimensionaal visueel schouwspel.
“Het gaat mij in een installatie niet om een bepaald object, of om die ene sculptuur, maar om het creëren van een atmosfeer. Ik zie een installatie als een theatrale werkelijkheid, waarin objecten
één worden met het interieur en steeds veranderen van kunstobject naar rekwisiet, en weer terug.”
The Limp of A Letter verkent de mistige relatie tussen gedachten en taal, het ontwerpen en het maken van een object.

Het is een ‘paranormale’ ontmoeting die niet zozeer leidt tot een synthese, maar eerder tot een botsing van deze elementen. Bij Vasiljeva wint de onzin het van het betekenisvolle, fragmentatie van de eenheid, uiteengereten lettergrepen van de lineaire taal en vervormde patronen van logische constructies. De installatie wordt ‘bewoond’ door verschillende personages die steeds wisselen in rol en vorm, nu eens zijn ze fysiek aanwezig, dan weer ontastbaar. Deze personages verschijnen in de vorm van sculpturen, interieurelementen, geluid, video, licht en zelfs als een online publicatie. Vanuit een metafysisch en poëtisch perspectief bootst Vasiljeva de interieurontwerpen van de Franse architect Pierre Chareau (1883 — 1950) na. Zijn secretaires, die zijn opgebouwd uit tafelbladen op verschillende hoogtes, belichamen voor haar het denken op verschillende niveaus.

Zo speelt Vasiljeva met een eigen soort logica die zich op diverse niveaus tegelijkertijd afspeelt. Gezamenlijk vormen de objecten in deze installatie een gelaagde omgeving, die niet één vastomlijnd idee toont, maar één geheel is dat voortdurend van vorm verandert in de ogen van iedereen die de Appel arts centre binnenwandelt.