prix_namen

Shortlist Prix de Rome Architectuur 2014

Steven Delva (1978), landschapsarchitect
Anne Holtrop (1977), architect
Florian Idenburg (1975), architect
Marieke Kums (1979), architectuur
Kees Lokman (1981), landschapsarchitect
Donna van Milligen Bielke (1983), architect
Jasper Nijveldt (1984), stedenbouwkundige
Tim Prins (1978), architect
XML : Max Cohen de Lara (1979) en David Mulder (1980), architecten

De jury selecteerde de genomineerden uit een longlist van 57 architecten die waren voorgedragen door scouts die door het Mondriaan Fonds waren uitgenodigd en door andere experts. Daarnaast was er de mogelijkheid voor architecten om zichzelf voor te dragen.

Bij de samenstelling van de shortlist heeft de jury gelet op de kwaliteit van het werk en de potentie die het in zich draagt om te groeien en een belangrijke bijdrage te leveren aan de architectuur in Nederland. Daarbij werd gezocht naar architecten die zich onderscheiden door een vernieuwende aanpak, een analytische houding en de uitdagende wijze waarmee zij de grenzen op zoeken, het vak architectuur heroverwegen en naar een hoger plan weten te brengen. Ook de realiteitszin van de gepresenteerde ontwerpen speelde een rol bij de jurering, zonder daarbij de dromen uit te sluiten. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met het feit dat de huidige generatie architecten veel last heeft van de economische crisis, een gegeven dat in veel portfolio’s zijn weerslag vindt.

Gezien de diversiteit in discipline en werkervaring is besloten het aantal kandidaten voor de shortlist te verruimen. Door deze verruiming werd de uiteindelijke keuze gemaakt op basis van de oplossingen die de kandidaten inzonden in reactie op een door de jury geformuleerde opdracht een visie te ontwikkelen op de Hoogstraat in Rotterdam.

 

Steven Delva, maquette (detail) De dam onleent zijn karakter aan de stromen die hij scheidt. Foto: Bob Goedewaagen

Steven Delva, maquette (detail) De dam onleent zijn karakter aan de stromen die hij scheidt. Foto: Bob Goedewaagen

Steven Delva
Steven Delva (1978) studeerde tussen 1996 en 2000 tuin- en landschapsarchitectuur aan de universiteit van Gent. In 2004 startte hij met een master landschapsarchitectuur aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Na zijn afstuderen besloot hij in Amsterdam te blijven en er zijn eigen ontwerpbureau DELVA Landscape Architects te starten. Bij het bureau, dat inmiddels ook een vestiging in Antwerpen heeft, staat de veranderende betekenis van de stad en haar landschap centraal.

Met zijn plan voor de Prix de Rome wil Delva ondubbelzinnig duidelijk maken dat de stad meer dan ooit het werkterrein van de landschapsarchitect vormt. Het doorgronden van lokale systemen en deze verbinden aan grotere schaalniveaus vormt hierbij het fundament. In de Rotterdamse binnenstad krijgen twee elementen de hoofdrol: de waterstromen en de dijk waarop de Hoogstraat ligt. Beide zijn nu nagenoeg onzichtbaar en passief, maar zouden een actieve rol kunnen spelen in vernieuwende strategieën. Alle mogelijkheden van de context en de huidige systemen worden door Delva grondig onderzocht en vastgepakt om deze verder te brengen. Een werkend stadslandschap stelt hem in staat om het centrum van Rotterdam ruimtelijk te verbeteren. Onder meer door de ruimtelijke fragmentatie van het centrum weg te werken. Het ontbreekt de Hoogstraat aan duidelijke polen. Deze as van de Coolsingel tot aan het Oostplein biedt te weinig plekken met verblijfskwaliteit voor de bezoekers en bewoners van de binnenstad. De combinatie van techniek en ruimtelijke kwaliteit moet leiden tot een rijk stedelijk landschap, waar het bovenal aangenaam verblijven is.
(Tekst: Robert-Jan de Kort, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

maquette_Idenburg, maquette 2014 - The End of Fictionalism.

Florian Idenburg, 2014 – The End of Fictionalism

Florian Idenburg
Kort na zijn afstuderen in 1999 aan de Technische Universiteit Delft vertrok Florian Idenburg (1975) naar Japan om te werken bij SANAA. Begin 2008 richtte hij in New York samen met zijn partner Jing Liu het bureau Solid Objectives (SO-IL) op. Inmiddels is hij ook Associate Professor aan Harvard. Het is de ambitie van Idenburg om met een internationaal ontwerpteam aan culturele projecten over de hele wereld te werken. Ondanks zijn bewuste vertrek voelt Idenburg zich nog steeds sterk verbonden met Nederland.

De nominatie voor de Prix de Rome vormt voor Idenburg een aanleiding om te reflecteren op Nederland en de Rotterdamse binnenstad in het bijzonder. Daarbij put hij inspiratie uit het gegeven dat de opgave fictief is. Vanwege het ontbreken van een probleemstelling en een doelgroep lijkt het hem irrelevant om een concreet plan te maken. In plaats daarvan biedt de Prix de Rome, als hoeder van het culturele aspect van architectuur, hem de aanleiding om architectuur weer als provocatief middel in te zetten. Het is volgens Idenburg het moment om door middel van fictie een licht te werpen op de toekomst van de stad. Daarin is het uitgangspunt dat het hart van Rotterdam sinds het bombardement van mei 1940 zijn ziel nog moet terugkrijgen. De geschiedenis van de stad biedt een rijke bron van kleine en grote verhaallijnen die samen de stad hebben gevormd. Door het aanwenden van fictie wordt het mogelijk deze verhaallijnen los van elkaar te bekijken en autonoom verder te voeren, met oneindig veel mogelijke nieuwe stedelijke realiteiten tot gevolg.
(Tekst: Robert-Jan de Kort, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Marieke Kums, maquette (detail), Nieuwe Ecologiën. Foto: Bob Goedewaagen

Marieke Kums, maquette (detail), Nieuwe Ecologiën. Foto: Bob Goedewaagen

Marieke Kums
Marieke Kums (1979) studeerde bouwkunde aan het Massachusetts Institute of Technology in Boston en de Technische Universiteit Delft. Met haar mastertitel op zak verhuisde ze in 2006 naar Tokio, waar ze aan de slag ging bij SANAA. Sinds 2009 heeft ze haar eigen bureau, Studio MAKS, in Rotterdam. Met haar bureau probeert ze ‘vernieuwende omgevingen’ te creëren, van stedenbouwkundige plannen tot gebouwen, kunstinstallaties en productontwerpen.

Studio MAKS is gevestigd in het centrum van Rotterdam, op steenworp afstand van de ontwerplocatie voor de Prix de Rome. Vanuit de studio kijk je uit over de Laurenskerk, de Hoogstraat en de nieuwe markthal. Kums kent het gebied, en de vele bouwprojecten die er de afgelopen jaren verrezen, dus goed. Juist daarom kwam de opgave voor haar als een verrassing; de eclectische architectuur en chaos van de plek waren voor haar in de eerste plaats een dagelijkse realiteit, en niet zozeer onderwerp van studie. Met de realisatie van Markthal Rotterdam wordt een van de laatste grote naoorlogse vrije kavels in het centrum ingevuld. Sommigen geven aan dat de wederopbouw nu bijna is ‘afgerond’. Tegelijkertijd, zo realiseert de architect zich, is Rotterdam met zijn complexe historie een dynamische structuur met een eigentijdse problematiek. De ruimtebehoefte verandert voortdurend, de stedelijke economie wordt steeds minder lokaal, er is veel leegstand, de bevolking krimpt op termijn. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in het gebied rond de Hoogstraat. De vraag rijst hoe je een ‘voltooide’ stad laat meegaan met zijn tijd.
Omdat de ontwikkelingen in Rotterdam op de korte termijn vooral door de gebruikerseconomie gedreven worden, is het belangrijk dat hiervoor een overkoepelende visie komt. De stad moet de mogelijkheid krijgen om zich aan te passen aan veranderende behoeften, en tegelijkertijd haar eigenheid behouden; dat is in hoofdlijnen wat Kums met haar inzending voor de Prix de Rome beoogt.
(Tekst: Kirsten Hannema, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Kees Lokman, maquette Reflecting Rotterdam. Foto: Bob Goedewaagen

Kees Lokman, maquette Reflecting Rotterdam. Foto: Bob Goedewaagen

Kees Lokman
Na zijn opleiding tot landschapsarchitect in Wageningen werkte Kees Lokman (1981) anderhalf jaar voor het bureau van Piet en Anja Oudolf. Via Oudolf, die destijds de High Line in New York en de Lurie Gardens in Chicago ontwierp, belandde hij vervolgens in Amerika. Hij werkte er vijf jaar voor Terry Guenen en begon daarnaast als docent en volgde zelf een Master of Design Studies aan Harvard. Sindsdien geeft hij les op de Sam Fox School van de Washington University in St. Louis en heeft sinds kort een aanstelling aan de universiteit van Vancouver, Canada. Het winnen van de Prix de Rome zou evenwel een aanleiding zijn om daarnaast een eigen ontwerppraktijk op te zetten.

Voor de Prix de Rome opgave richtte Lokman zich op strategische interventies. Water speelt daarbij de hoofdrol. Zijn ontwerp richt zich met name op de Binnenrotte, de link tussen de locatie en de grotere stedelijke structuur. Buiten de stad is de Rotte nog altijd van invloed op het patroon van het landschap, met zijn kassen en lintbebouwing. In het centrum, waar de rivier gedempt werd voor de aanleg van het luchtspoor en later de Willemsspoortunnel, is de rivier echter nauwelijks herkenbaar. Door op een speciale, poëtische manier naar de verdwenen waterstructuur te verwijzen, wil Lokman niet alleen de identiteit en verblijfskwaliteit van het gebied versterken, maar ook klimaatproblemen aanpakken. Doel is om een ruimtelijk raamwerk te ontwerpen voor de lange termijn, dat kansen biedt aan nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd als bindweefsel fungeert tussen de pluriforme architectuur van Rotterdam.
(Tekst: Kirsten Hannema, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Donna van Milligen, Bielke, maquette Cabinet of Curiosities. Foto: Bob Goedewaagen

Donna van Milligen, Bielke, maquette Cabinet of Curiosities. Foto: Bob Goedewaagen

Donna van Milligen Bielke
Na haar afstuderen aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam ging Donna van Milligen Bielke (1983) werken bij Powerhouse Company in Rotterdam. De nominatie voor de Prix de Rome vormde de aanleiding om een eigen ontwerppraktijk te starten.

In haar analyse van de opgave voor de Prix de Rome constateert Van Milligen Bielke dat architectuur en stedenbouw elkaar in de Rotterdamse binnenstad nauwelijks aanvullen. De opgave bestaat er in haar ogen dan ook niet uit om architectuur en stedenbouw los te koppelen, maar deze juist te integreren. Haar project gaat uit van het zoeken naar een homogene stedenbouwkundige en een architectonische tegenhanger van de Rotterdamse binnenstad. Een hybride medium dat zich op een ander schaalniveau bevindt dan de aanwezige volumineuze gebouwen en dat een veelheid aan precieze publieke ruimtes tot stand brengt.
Van Milligen Bielke projecteert een even geordende als radicale structuur over de bestaande binnenstad. Een raamwerk dat, als een rariteitenkabinet, de markante Rotterdamse architectuur uit haar context haalt en zo op een nieuwe manier laat zien. De stedelijke architectuur kadert de ruimte in en zorgt voor nieuwe publieke ruimtelijkheid. Architectuur op de grens van stedenbouw vormt zo een nieuw bindmiddel dat van de Rotterdamse binnenstad een rijke ruimtelijke ervaring maakt.
(Tekst: Robert-Jan de Kort, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Jasper Nijveldt, maquette Op de Hoogstraat. Foto: Bob Goedewaagen

Jasper Nijveldt, maquette Op de Hoogstraat. Foto: Bob Goedewaagen

Jasper Nijveldt
Jasper Nijveldt (1984) voltooide zijn masteropleiding stedenbouw aan de Technische Universiteit Delft na studies planologie aan de hogeschool in Deventer, filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en op de Academie van Bouwkunst in Rotterdam. Na zijn afstuderen werkte hij bij NEXT architects en sinds 2013 bij Karres en Brands Landschapsarchitecten.

De nominatie voor de Prix de Rome is een aanleiding om weer onafhankelijk een waar stedenbouwkundig project te maken. Daarbij is het zijn doel om de kwaliteiten van het vak stedenbouw voor de stad weer relevantie te geven. Nijveldt gelooft dat elk stedenbouwkundig plan, hoe complex ook, zich pas kan onderscheiden op het moment dat het ruimtelijk vertaald wordt in publieke en private ruimtes. Hij vindt daarbij veel inspiratie in de negentiende-eeuwse stedenbouw, waar de robuuste straten, meer dan de pleinen, dynamische plekken zijn waar het gehele stedelijke leven samenkomt. Als het ergens ontbreekt aan dergelijke stedenbouwkundige kwaliteit dan is het in het centrum van Rotterdam, waar geen enkel straatprofiel zich uitstrekt over meer dan een paar honderd meter. Het is dan ook de ambitie van Nijveldt om deze dynamiek, door middel van stedenbouw, te creëren en het hart van de stad te verbinden aan de omliggende stadswijken.
(Tekst: Robert-Jan de Kort, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Tim Prins, maquette Een nieuw narratief. Van wie is mijn stad? Foto: Bob Goedewaagen

Tim Prins, maquette Een nieuw narratief. Van wie is mijn stad? Foto: Bob Goedewaagen

Tim Prins
Na zijn opleiding aan de Technische Universiteit Delft en aan het Southern California Institute of Architecture in Los Angeles, verhuisde Tim Prins (1978) naar Oslo, waar hij bij architectenbureau Space Group aan de slag ging. Na ruim tien jaar belandde hij weer in Maastricht waar hij Studio Stad oprichtte, een ‘platform voor stedelijk onderzoek’, gespecialiseerd in het (tijdelijk) gebruik van lege ruimten in de stad.

Over de opgave voor de Prix de Rome 2014 is hij – zoals bij elke vraag die op zijn bord komt – sceptisch. Er is immers al veel onderzoek naar deze locatie en daarnaast wordt een aantal nieuwe projecten gerealiseerd. Meer dan als een ontwerpopgave, ziet Prins het als zijn taak om de bestaande informatie te editen.
De basis van zijn plan bestaat uit het in kaart brengen van de eigendomsverhoudingen in het Laurenskwartier. Na het bombardement in de Tweede Wereldoorlog heeft de gemeente de grond onteigend, inmiddels is een groot deel in bezit van enkele beleggers. Hoe is dat zo gekomen? Wat is de impact van het gebruik op de WOZ-waarde? En wat is de openbare ruimte waard? Door het hele gebied ‘kadastraal binnenstebuiten te keren’, wil hij inzicht geven in de machtsposities die de wijk hebben gevormd.
Vervolgens wil hij de relatie tussen commerciële en niet-commerciële ruimte aanpakken. (…)
Zijn uiteindelijke doel is om de vele lagen in het gebied (infrastructuur, architectuur in alle denkbare bouwstijlen, historie, ruimtelijk beleid) met elkaar te verknopen. Daarbij is de speelruimte ingeperkt door de bestaande plannen en de ondergrondse infrastructuur. De leegte van het plein biedt mogelijkheden, maar moet ook beschikbaar blijven voor de wekelijkse markt.
(Tekst: Kirsten Hannema, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

XML, Rotterdam Reconfigured.

XML, Rotterdam Reconfigured.

XML – Max Cohen de Lara en David Mulder
Max Cohen de Lara (1979) en David Mulder (1980) vormen al een duo sinds hun tweede studiejaar in Delft, toen zij samen tentoonstellingen en lezingen begonnen te organiseren, in aanvulling op het onderwijs. Samen richtten zij in 2008 het bureau XML op. Het bureau maakte de afgelopen jaren naam met hun door onderzoek gedreven aanpak. Beide architecten geven ook les aan de TU Delft.

Het project dat van XML voor de Prix de Rome ontwikkelde zet in op een alternatief verstedelijkingsscenario voor Rotterdam.
“Sinds de jaren tachtig heeft Rotterdam zich ontwikkeld tot hoogbouwstad. Onder de wat ontheemde slogan ‘Manhattan aan de Maas’ profileert de stad zich sindsdien met gebouwen die elkaar als hoogtepunt proberen te overtreffen. Het gevolg is een serie onsamenhangende incidenten, als verdwaalde kledingstukken uit een voorbij tijdperk. Een indrukwekkende skyline in een stad zonder grond.
We stellen voor het huidige hoogbouwprogramma in de stad om te buigen en te richten op het verregaand verdichten van het Laurenskwartier in een horizontale stedelijkheid rond de samenkomst van twee lijnen: landschap en stedelijk leven.”
(Citaat XML, uit publicatie Prix de Rome Architectuur 2014)

Samenstelling shortlist